zondag 14 oktober 2012

‘Knibbel, knabbel, knuisje.’


‘Knibbel, knabbel, knuisje.’

Het is herfst en binnenkort Halloween. Je ziet hier en daar paddenstoelen naar boven komen, de pompoenen een plekje krijgen en heksen uit hun hol te voorschijn komen.

Ik heb iets met heksen. Altijd al gehad. Ik kreeg door allerlei trieste geschiedenisverhalen medelijden met ten onrechte veroordeelde heksen. Misschien ben ik in een vorig leven een heks geweest? Ben ik veroordeeld door middel van de waterproef wellicht? Ik heb altijd al een verklaring gezocht voor het feit dat ik nooit zo lang onder water wilde blijven tijdens zwemles. En een fikse brand: echt doodeng!

Ik was erg geïnteresseerd in heksen, op een of andere manier vond ik ze niet eens echt eng. Vreselijk boeiend vond ik sprookjesverhalen juist. De heks van Sneeuwwitje, Doornroosje, Eucalipta, Madame Mikmak: hoe gestoorder, hoe leuker! Ik spaarde alle verhalen en alle heksjes die ik kon vinden kregen een plekje in huis. Als Johova getuigen aan de deur dreigden te komen, liepen ze snel onze deur voorbij alsof er een slechte kracht van ons huis afkwam (zwarte magie?).

Als ik in de natuur loop, valt mij een paddenstoel op die een ander nog niet heeft ontdekt en zoek de kaboutertjes. Silvana betekent dan ook vrouw van het woud, dat kan geen toeval zijn. Ik praat zelfs met mijn zwarte katten.

Halloween!
Zet mij op een zaterdag in oktober in een tuinwinkel en laat me de hele dag maar heks spelen. ‘Knibbel knabbel, knuisje, kom in mijn tuinhuisje!’,  ‘Knibbel, knabbel, knuisje, loopt daar nou een muisje?’, ‘Knibbel, knabbel, klantje, koopt u volgende week weer een plantje?’

Heerlijk, lijkt me dat!
Leuk bijbaantje!

zaterdag 13 oktober 2012

Ik kom voor de ponserloop!


‘Ik kom voor de ponserloop!’

De b zit weer in de maand! Pardon? De r zul je bedoelen! Nee, de b! De b van bedelen. Via mijn kinderen kwam er al van alles en nog wat binnen: Jantje Beton, De Grote Club Actie, de Schoenendoosactie  en de sponsorloop. Natuurlijk doen we overal aan mee. De opa’s en oma’s zijn ook wel te porren. Je doet mee, omdat je een hart hebt en best wat euro’s kan missen voor het goede doel en ten tweede wil je je kind niet met een leeg vel terug naar school sturen! Beetje sneu.

Maar toen kwam het buurmeisje met haar Grote Club Actie langs en het voetballertje van de hoek, maar ja, je kunt niet iedereen sponsoren, he? Vooruit dan maar: twee euro voor de mevrouw van de Nierstichting… eurootje hier, eurootje daar.
En toen kwamen er twee brutale jochies van twee straten verderop langs. Of ik kinderpostzegels wilde kopen? ‘Nee, joh! Postzegels gebruik ik eigenlijk niet meer. Ik doe  steeds meer via de mail. Ik heb de kinderpostzegels van vorig jaar nóg in de la liggen.’ Hij zit me wantrouwend aan te kijken. ‘Ja, echt!’ Ik wilde ze bijna gaan halen om het te bewijzen. Maar, hallo! Ik heb hier een jongetje van groep 7 of 8 voor me staan! Ze zijn trouwens wel klein voor hun leeftijd, als ik ze met Scott vergelijk, maar bijdehand! Hij keek me aan en toen schoot zijn blik naar de deurpost. Daar bungelden nog, aan het laatste beetje plak, de postzegels van voorgaande jaren. ‘Ja’, zei hij, ‘ik zie het! Vorig jaar heeft u ze nog gekocht!’ Bewijs! (Hij moet agent worden) Ik wens ze succes en ze lopen door.

Tring! Ik kijk uit het raam, want ik verwacht niemand. Ik zie aanvankelijk niets, maar als ik op mijn tenen sta, zie ik de bovenkant van een vrolijk kinderparaluutje. Ik loop naar de deur en doe open. ‘He’!’ Het nakomertje van de achterburen is een vrolijk meisje met krullen. Met haar kaplaarsjes en een parapluutje loopt ze de buren langs.  ‘Ik kom voor de ponserloop!’, zegt ze slissend; ze is net aan het wisselen. ‘Kom maar even binnen staan’ (want het gaat flink doorregenen.) ‘Hoeveel rondjes denk je te lopen?’ dat weet ze niet, maar ik pak haar doorweekte blad papier uit een kreukelig plastic tasje. Erop schrijven gaat moeilijk door de natte vlekken, maar ik beloof dat ze voor elk rondje 0,10 krijgt.

Tip voor bedelaars: neem je schattige zusje mee, van een jaar of 5, 6 mag ook. Stuur haar door de stromende regen met haar gekleurde kaplaarsjes en lieftallig parapluutje naar de buren! Succes gegarandeerd!

maandag 1 oktober 2012

De juf is 16!


De juf is 16!


‘Ha! Juf!’ En ze vliegt me om de hals. Tijdens pleinwacht vind ik het zó leuk om de kinderen om me heen te hebben.
Yasmin kijkt me keurend aan. ‘Hmmm…’ en ze zet haar wijsvinger tegen haar kin, ‘Hoe oud ben jij eigenlijk?’
Oei… Laat ik voor veilig gaan…’Wat denk je?’
’16?’
‘Nee, ouder!’
’15?’
‘Nee, nóg ouder!’
’18?’
‘Nee, nog véél ouder!’
Ze is even stil… ‘Hoe oud ben je dan?’
’43.’
Ze kijkt bedenkelijk.
‘En hoe oud ben jij?, vraag ik snel terug.
Heel slim zegt ze: ’Wat denk je?’
‘6?’
‘Hmmm… bijna…’
‘5 dan!’
‘Ja!’
‘Wanneer wordt je 6?’
‘Op mijn verjaardag!’
Ik schiet in de lach. Ze vraagt snel wanneer ik jarig ben. ‘Ik ben in de zomer jarig. Als het bijna vakantie is; dán ben ik jarig.’
‘En hoeveel jaar word je dan?’
‘Nou, dan word ik 44.’
‘Ja, dat klopt.’ en ze telt: ‘43, 44, 45, 46, 47…’

En dan ineens wijst ze met haar beide wijsvingers naar me. Ze begint bij mijn voeten en gaat dan langzaam omhoog:’ 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16! Zie je nou wel, je bent 16!’

donderdag 27 september 2012

heterdaad


In flagrante delicto

Ik wil het even hebben over een of ander glamouradvocaat, rijk en beroemd (laat ik geen namen noemen, want anders ben ik de sigaar. Maar je hebt die ijdeltuit vast wel eens in een tv-programma voorbij zien komen). Rijdt in mooie auto’s en woont samen met een voormalig nieuwslezeresje met big boobies in een prachtpand.

Schijnt grote sommen geld ontvangen te hebben van clienten! Van een klant wel 60 duizend euro aan contanten! Contant betalen schijnt niet te mogen, want dat is niet te traceren. Tsja, je kunt aan kantoor ook niet pinnen hè?

60 duizend contant… In wat voor tas neem je dat mee dan? Dat vraag ik me dan af… 1 boodschappentas? 2 boodschappentassen? Een koffer dan? Zo een op wieltjes, die je bij zo’n vage Chinese winkel kan kopen voor 50 euro? En waar bewaar je dat dan thuis? In je matras? Op de vliering? Hoe groot is dat spaarvarken?

Wat zal hij gezegd hebben? “Cash!! Dan kan Eef er tenminste ook niet aankomen. Weet je wat zij uitgeeft per week? Abnormaal gewoon! En wat te denken van mijn 3 ex-en. Niet te doen!”

Ik kan niet wachten op de realityshow!
Camera’s volgen hem overal: in de rechtzaal, in zijn limo, aan het dineren met zijn zakelijke relaties.
De spanning stijgt: zal Eva wel of niet bij hem blijven? Gaat hij zichzelf verdedigen in de rechtzaal?
We noemen het ‘Wie is de consigliere?’ met de volgende spelonderdelen: Kraak de kluis! & Wie vindt de pot met goud? Uiteraard met die BN-ers die je in elke show ziet: Patty Brard, Kelly en Michael Boogaard.
Dan kan hij Jokertje inzetten die dan de hele tijd op zijn plat Haags roept “Mea culpa, mea culpa!”
Aan het eind zien we hem afgevoerd worden in een oranje overall met een hark in zijn hand op weg naar een plantsoen. En dan komt Holleeder zingend langsrijden op zijn scooter:”Advocaatje leef je nog, iejadeeja…!”

 

woensdag 26 september 2012

Boe!!


column Praxis bulletin okt 2012

 
Taalgedoe

Het eerst woordje van onze dochter was ‘papa’ en toen onze zoon met zijn eerste klanken begon te experimenteren hoopte ik vurig dat hij dan wel met het woordje ‘mama’ zou beginnen. Maar nee, helaas, hij zei ‘koe’. Ik hoop tot op de dag van vandaag dat hij zijn lievelingsknuffelbeestje van de Hema bedoelde…

Taal leren is lastig en taal bijhouden ook, want het is altijd aan verandering onderhevig. Maar goed ook, anders zouden we nog steeds ‘mensch’ schrijven.

De peuterleidsters en andere collega’s met MBO3&4, zoals de onderwijsassistenten, hebben dit schooljaar een oproep gekregen om mee te doen met de taaltoets. Het geeft een hoop stress -wat logisch is- en het helpt natuurlijk helemaal niet als er in de wereld om je heen allerlei onzin wordt verkocht.

Neem nou reclame: Er is een bepaald soort merk huidverzorgingsproduct die het heeft over ‘micellaire reiniging’. De Van Dale heeft geen idee waar het overgaat, u? Maar als ze hele dure ingewikkelde woorden gebruiken, zal het product wel goed zijn misschien?

Hoe lastig is het om te leren dat duif in het meervoud duiven wordt. Maar waarom dan geen hont en in het meervouden honden? Ik drink uit een vat, wij drinken uit vaten, wij dronken uit de vaten. Maar als we kijken naar: de kat hinkt wordt het: de katten hinken en niet zoals bij vat: de katen honken.

Neem nou spaties…
Hoop gedoe om het nieuwe logo van het Rijksmuseum: er zit ineens een spatie tussen! Buiten het feit dat sommigen het logo ook gewoon lelijk vinden (kwestie smaak, niet waar?) vindt men het taalkundig een blunder. Rijks  museum staat er. Zou de ontwerper van dit logo dit bewust hebben gedaan? Ik denk het wel, want betere reclame voor het Rijksmuseum kun je niet bedenken! Iedereen wil nu wel zien wat voor logo er hangt! En als je er dan toch bent, kun je gelijk wel even binnen kijken.

Het wordt er niet gemakkelijker op als je de taal (beter) wilt leren en je in je boodschappentas de volgende producten vindt: ‘kippen kluiven’ en ‘boeren met worst’.

Ik zeg: "Boe!”

dinsdag 25 september 2012

geen vakantie zonder hagelslag


Geen vakantie zonder hagelslag

Ik reed langs twee geparkeerde auto’s.
Bij de een was óp de auto een toren van spullen gelegd en daarover een blauw zeil gewikkeld. De man was de achterklep dicht aan het duwen; hij had er zichtbaar moeite mee. De andere auto zag er niet veel anders uit, behalve dat het zeil oranje was. Over het zeil waren spanbanden gewikkeld; het leek net een hele grote oranje bij.
Zouden ze bij elkaar horen? Broers misschien? Met twee families op stap. Ik zie de kinderen al zitten achterin gepropt en vader vol concentratie op weg…  naar familie in het buitenland?
Ik kreeg acuut last van jeugdsentiment, er kwam van alles bovenborrelen…

Niet veel anders gingen wij vroeger óók op die manier op familiebezoek. Het grootste verschil is dat deze kinderen misschien met hun ds op de achterbank zitten óf een dvd-speler hebben.

‘Wat wil je dat we meenemen?’ Ik hoor mijn moeder het nog opnoemen terwijl ze het op een briefje schreef:’Douwe Egberts, zakjes kippensoep van Honig, stroopwafels, drop en hagelslag. Ik neem ook nog een zak oude kleren van de kinderen mee, daar kan je vast wel iemand blij mee maken.’

Mijn vader sloopte altijd de achterbank uit zijn groene Opel Ascona, zodat mijn zusje en ik konden spelen of slapen.
Hoezo autogordels?
Hoezo veiligheid?
We deden er tussen de 14 en 18 uur over. Als we pech hadden 24 uur…
Hoezo airco?
We deden gewoon de ramen open! Ik zal de plakkerige rug en het bezwete hoofd van mijn vader nooit meer vergeten!
Elk jaar verdwalen bij dezelfde afslag en elk jaar dezelfde discussies over het missen van die afslag.
Hoezo TomTom?
Stikchargarijnig, moe en bezweet aankomen in het bloedhete plattelangsdorpje. Mijn moeder was altijd zó blij om haar zus te zien en wij met onze neef en nichtjes. Stoeien in de hooiberg, verdwalen in het maisveld, pootje baden in het beekje. Elk jaar dezelfde bestemming.

Ik hoor een collega het van de week nog zeggen: ’Ja, zó leuk dáár, ja wéér Spanje… heerlijk, en de kinderen hebben het dáár zó naar hun zin.’ Elk jaar dezelfde bestemming…

Ik heb juist de behoefte verschillende dingen mee gemaakt te hebben en verschillende plekken gezien te hebben.

We gaan dan wel (weer) naar Engeland en Wales, maar het is alweer lang geleden. Onze kinderen speuren internet af naar wildparken, steden, rugbyvelden, pretparken, en dierentuinen. Ze denken mee. Ik geloof dat er al een routebeschrijving is gemaakt!
Het enige wat ik nog hoef te doen is alle kleren in de caravan te stoppen  en een kastje met wat eten. Niet te veel, want het meeste kun je dáár wel kopen, maar wel: koffie, stroopwafels, drop en hagelslag!!

“Gij zult obediëren”


winnende column voor blad Praxisbulletin

“Gij zult obediëren”                                              april 12

Enkele dagen geleden las ik in de krant dat de KBOV wil dat leerlingen op de basisscholen het Nederlandse volkslied gaan leren.
De Koninklijke bond van Oranjeverenigingen vindt dat leerlingen te weinig weten van de historische betekenis van het Wilhelmus.

Het veertien coupletten tellende lied zit boordevol Vaderlandse geschiedenis. Dat klopt. Maar wees nou eens eerlijk; weten wij als volwassenen het uit ons hoofd? Nee, net als sporters lukt ons het eerste couplet maar net (en daarna begint het gejuich)

Ik ben het er mee eens dat je tijdens je geschiedenisles aandacht kunt besteden aan de tekst. Zullen we er even wat woorden uitlichten? Onverveerd, betrouwen, doorwondt, heires-kracht, vermeten, tempeest, oorlof, obediëren. Mooi dat je de kinderen hier even zoet mee krijgt. “Zo, jongens, betekenis opzoeken en aan het eind van de week dictee! Wie meer dan drie fouten heeft, moet op één been in de hoek staan met ezelsoren op. Gij zult obediëren!”

Fantastisch!

Op zich een leuk idee om van de naam van het kind een Acrostychon te maken. Alleen is Tim Bol zo klaar en Marie-Louise Verbruggen dan ernstig de klos.

Die leerlingen van ons; die moeten toch veel, hè? We leggen de prioriteit uiteraard bij rekenen en taal, daarnaast vinden we het belangrijk dat de kinderen genoeg (en goed) bewegen, kwaliteit van schrijven moet omhoog, voldoende kennis hebben van de wereld om hun heen, creatief zijn, zichzelf kunnen presenteren, verbaal zijn, proppen tussendoor nog wat muziek, letten op gezonde voeding, laten we de normen en waarden niet vergeten. Dan kan het Wilhelmus er ook wel bij!

Ouders die op de Poll van het AD ‘ja’ hebben ingevuld wil ik bij de inschrijving van hun kind volmondig het volkslied horen zingen, alle coupletten foutloos, alvorens wij tot inschrijving overgaan. Ha ha… Gij zult obediëren!