zaterdag 8 maart 2014

Mijn leermeester


In memoriam Hans Büttner Mijn leermeester

Van alle stagebegeleiders is hij me het meest bijgebleven. 
Van hem kreeg ik de gelegenheid om helemaal lós te gaan. De les over de prehistorie uit het boek was voor deze ambitieuze stagiaire niet leuk genoeg, nee, ik haalde de zandtafel uit een kleutergroep en begroef daarin van alles zodat de leerlingen het konden opgraven. 

Bij een les over ruimtevaart haalden we de diaprojector uit de bezemkast. Ik geloof dat die bewuste les de hele ochtend heeft geduurd, maar het maakte hem niets uit. 

Toen hij jarig was liet ik de kinderen een bordtekening in het midden van het bord maken. Stiekem deden we de twee zijborden erover, zodat hij het niet zou zien. Toen hij binnenkwam zaten de kinderen gniffelend op hun stoel. “Tatá!” Nu ik ouder ben, denk ik dat hij het spelletje al die tijd heeft meegespeeld. 

Eén les vond hij afschuwelijk en dat was nog zachtjes uitgedrukt! Het ging namelijk over de groei van schimmels. 
Ik had met de leerlingen verschillende etenswaren onder verschillende omstandigheden in de klas achtergelaten. Dus brood en andere zaken op een droge plek, op een vochtige plek, op een zonnige plek en op een koele plek. Elke week keken de kinderen hoe erg de schimmels waren gegroeid. Na drie weken gaf hij aan: ”Als jij het niet weggooit, dan gooi ik het weg.”
De afsluiting met champignons en schimmelkaas kreeg wel zijn waardering. De  leerlingen keken hem met een vies gezicht aan, toen hij de toastjes met blauwe schimmelkaas weg at.

Wat ik voornamelijk van hem heb meegekregen is zijn liefde voor kinderen en zijn eerlijkheid. Hij was een echte schoolmeester.

Ik ben hem na mijn stage nog een paar keer tegengekomen. Bij het afscheid van meester Jan stond ik in dezelfde rij, ook met een fles wijn. “Hé”, zei hij. “Wat doe jij nou hier?”
‘Ik kom afscheid nemen van de meester van mijn zoon.’
“Je… zoon?”
Zijn verbazing kon niet groter zijn. Voor hem was ik nog het kleine drukke meisje van die beschimmelde boterhammen. 

Vrijdag las ik dat hij was overleden. Ik lees eigenlijk nooit rouwadvertenties, dus ik zag het gewoon een paar dagen te laat… 
Ik heb geen afscheid van hem kunnen nemen. Maar nog erger: ik heb nooit meer de gelegenheid gekregen om met hem samen te mogen werken.  

Alsnog heel erg bedankt, fantastische meester Hans!




zondag 2 maart 2014

De Gestapo-kassière



De Gestapo-kassière







Daar sta ik dan; met een hele boodschappenkar vol bij de kassa. Voor je staat altijd iemand waarbij het net iets te lang duurt. Ik heb mijn zoon bij me, om de tassen te helpen dragen. In mijn eentje boodschappen doen, is zo’n crime, extra handen zijn meegenomen. Hij wilde best gezellig met zijn moeder mee, wie weet wat voor lekkers hij in de kar krijgt. 

Eerst de groenteafdeling, waar ik me al jaren aan erger. Kunnen de flessen frisdrank niet vooraan staan? Je zit altijd zo te hannesen met je fruit en groenten en daarna komen je zware spullen. Bedenk je halverwege wat je wilt eten, moet je weer terug naar het begin, omdat er sperzieboontjes bij moeten. Het lijkt verdorie wel Monopoly, u moet terug naar af en verdient geen bonus!
Mijn hulp heeft eierkoeken, hagelslag mix wit/bruin, Matzes en chips in de kar weten te krijgen. Ik zoek alvast mijn bonuskaart op en zet het beurtbalkje (ja, zo heet dat ding) achter het laatste artikel van de trage mevrouw voor me.
Daar gaan we dan: met mijn rechter- en linkerhand zet ik vrij snel zoveel mogelijk producten op de lopende band. Ik moet even wachten tot er weer ruimte is vooraan. Doordat mevrouw voor me niet zo snel inpakt, stroopt het zich op: de chips van mijn zoon zit klem tussen wasmiddel en pakjes Wicky. Het zweet breekt me uit.
En dan komt ze hoor: “Is dit van u?” Ik kijk onhandig op, omdat ik net weer van alles uit de kar aan het graaien ben. “Uh…ja? Ja, hoezo?” En haal een pluk haar voor mijn ogen vandaan. Daar kwam de Gestapo-kassière in haar naar boven, nog nooit was ze zo machtig maar sinds deze maand is ze oppermachtig: “Het kan ook van uw zoon zijn!” Met zo’n blik erbij. Zo hautain!
Ik stotter en lach nerveus. Zij beschouwt dat als schuldig. “Mij..Mijn zoon?, ben je wel lekker?” “Ja, van uw zoon. Ik kan niet weten of deze fles wijn voor uzelf of voor uw zoon is. Oh, en u heeft ook bier zie ik?” Ook bier? Wat is dit? Een ondervraging? Hoe oud is ze eigenlijk? 19? 22? Net zonder puistjes. Van binnen kook ik. Ik wil haar achter het plexiglas vandaan trekken. Het beurtbalkje wordt in mijn fantasie een prachtig wapen. Maar ik houd me koest, anders denkt ze misschien dat ik een alcoholverslaafde ben, met mijn alcoholverslaafde zoon. Van 11! Welke dombo heeft hen die instructies gegeven? ‘Als iemand alcohol koopt en heeft zijn kind bij zich, nou … dan weet je het wel hè? Niemand is te vertrouwen!’
Mijn boodschappen vormen een opstopping als aangespoeld wrakhout. Wanneer knapt die zak chips? Voor mijn gevoel kijken alle mensen onze kant op. Heb ik geschreeuwd? Heb ik haar puistenkop genoemd? Of was dat in mijn gedachte? Mijn zoon kijkt me verbaasd aan. Hij denkt vast ook dat ze geschift is. Ik slik een keer. Die trage tut voor me is nog steeds niet opgerot. Schiet toch eens op, mens, ik kan zo niet denken. Gestapo-kassière kijkt me nog steeds doordringend aan. Ze heeft haar armen over elkaar gevouwen.
Ik blaas even uit en dan komt het er heel rustig uit: “Ok, wil je het echt weten? Als je goed heb gekeken, heb je gezien dat er chips ligt, echt mega ongezond, daarnaast hagelslag ook zo slecht voor je, cola, koffie, mayonaise en chocola. Moet je daar niks over zeggen? Om de boel te compenseren heb ik ook appels, bananen, mandarijnen, sperziebonen, flesjes water en yoghurt. Als je een beetje verstand heb, kun je weten dat die wijn niet voor mijn zoon van 11 is. Ziet hij er echt zo slecht uit?” Ze kijkt me stil aan en is niet onder de indruk.
Dan pak ik een tientje uit mijn portemonnee en geeft het aan mijn zoon. Ik fluister iets in zijn oor en hij loopt glimlachend terug de winkel in.
Ik kijk Gestapo-kassière doordringend aan. Met zo’n blik erbij. Hautain! “Ja, je kunt verder gaan, hoor! Zie jij mijn zoon nog ergens?” Dan gaat ze verder en zo snel ik kan prop ik alles in de boodschappentassen. De chipzak is nog heel. Wonderlijk!
De mevrouw na mij hoor ik zeggen: “Heb je alleen dat? Dan mag je wel voor.” Ik hoor een bekende stem ”Dank u wel!” zeggen.
Een hele tray basic energiedrink zet hij op de lopende band. “Dat is dan 8,40 hoor ik haar zeggen.” Ik draai me om en zeg quasi verbaasd tegen mijn zoon: ”Wat heb jij nou gekocht? Dat is het allerslechtste voor je, wat je maar kan verzinnen! Ik kijk Gestapo-kassière heel uit de hoogte aan. Zo van: “Hoe kun je dat nou goedkeuren?” Ik pak het tientje uit zijn hand en stop het theatraal terug in mijn portemonnee. De hele tray energiedrink laat ik staan. Verbouwereerd staart ze naar de 24 blikjes. Ze pakt het op en omdat ze nergens plek heeft om het op zij te zetten, wankelt het kartonnen onderkantje waardoor alle blikjes losraken. De blikjes vinden hun eigen weg over loopband, kassa en haar schoot.
Gniffelend loop ik met de kar richting parkeerdek, terwijl mijn helper met zijn rechterhand een tas draagt. In zijn linkerhand zijn zak chips.

Pfff… wat denkt ze wel niet? Puistenkop!


Goed gedaan, jochie!



Goed gedaan, jochie!


Je kunt kinderen op vele manieren prijzen en belonen: we kennen de ‘dikke duimen kaart’, het stickertje, de medaille na een wedstrijdje (ook al is die van chocolade), het vaantje, een beker is helemaal superdepuper en dan gaat het alle ploeggenootjes rond om hem aan familie of zelfs aan klasgenootjes te laten zien, ‘gewoon’ een aai over de bol of een schouderklopje. Niks mis mee zou je zeggen.

Maar het kan nog grootser! Als je alles al voor elkaar hebt gekregen in je leven en je verder niet echt meer te motiveren bent, dan krijg je van school een zeilreisje cadeau! En nee, niet op het IJsselmeer, maar van de Caribbean naar Nederland, voor zes weken! Niet gek toch? Als je een jaar of 16, 17 bent en je hebt alles wat je hartje begeerd, snapt iedereen dat je met een kinderachtig stickertje niet snel meer tevreden bent.

Wat is dat voor school waar je überhaupt zo’n reisje kunt betalen? Wat is de ouderbijdrage daar eigenlijk? Even googelen levert het volgende op: De Hugo de Groot is een school voor docenten en leerkrachten met ambitie.                    Op zich niks mis mee om het beste uit jezelf te halen, maar om dat dan te belonen met een zeilreisje? De school zou die prijs trouwens niet zelf betalen, lees ik, maar het zou betaald worden door een sponsor uit de Rotterdamse haven. 
Op de site lees ik ook hoe je je talentvolle spruit daar kan aanmelden. De informatie van de basisschool en de Cito zijn niet voldoende voor ‘de Hugo’, en zodoende mag je telg daar nog een viertal (!) toetsen doen waaronder nóg een Cito en een IQ test op conto van pappie en mammie zegge 1000,- (mag ik even vangen?). Alhoewel het een openbare school is, is het duidelijk dat deze school niet voor elk kind is weggelegd.
Het komende schooljaar wil deze school beginnen met de ‘Superschool’. Daar kun je heen als je een superman of superwoman wil worden of sowieso iemand met superkrachten. Een soort Zweinstein, maar dan anders.

O, ja, niet iedereen zou voor dat zeilreisje in aanmerking komen, nee, dat is alleen bestemd voor de ‘excellente’ kinderen. De uitverkorenen.
Helaas heeft leerplicht ingegrepen, die heeft sowieso iets tegen zeilen in het algemeen, en houden dus alle duistere zeilreisjes in de smiezen. Dit gaat alle perken te buiten. Zes weken school missen mag natuurlijk niet, zelfs niet voor de  excellente leerlingen.

Als je op de site kijkt kun je lezen dat de school hun zwembad wil redden. Ze hebben anderhalf miljoen euro nodig en een ‘louzy’ 2.700 euro opgehaald. Ik snap nu wel dat leerplicht ingrijpt. Als je op zeilreis gaat, moet je wel eerst zwemles gehad hebben! Als die sponsor nou eerst dan dat zwembad opknapt.

Even wat theorie:
Motivatie is als een vuur van binnenuit. Als iemand dat vuur onder jou probeert op te stoken, dan is de kans groot dat het maar kort zal branden.”- Stephen R. Covey
“Beloningen gaan voorbij aan de achterliggende redenen voor gedrag en  presteren; ze verminderen de kritische reflectie en leiden niet tot meer inzicht in de wijze waarop geleerd wordt en problemen worden opgelost (Castelijns, 2001)

Is een zeilreisje een verkeerde manier van belonen? Ik vraag me ook ineens af: welke beloningen gingen eraan vooraf? Een paard? Weekendje shoppen in Parijs? Racen in een Formule 1 wagen?

Nog een beetje theorie: Voor verwende kinderen is het moeilijk om in de omgang met mensen en dingen waardering te ontwikkelen. Bepaalde emoties kunnen hierdoor ook niet volledig tot uiting komen. Kinderen die behandeld worden als een prins of prinses krijgen al hun wensen dadelijk vervuld, waardoor het wel erg moeilijk wordt om zich langdurig ergens op te verheugen. Enkele minder leuke kanten van een verwend kind die evolueert naar een volwassen persoon zijn:
  • Ze zijn gemakkelijker jaloers;
  • Hoewel zij alles al hebben, zijn ze vaak nog steeds ontevreden;
  • Ze hebben weinig inlevingsvermogen of aandacht voor anderen;
  • Verwende kids kunnen zich moeilijk aanpassen aan situaties en anderen;
  • Hun wereld is behoorlijk 'klein', gezien alles rond hun eigen persoontje draait;
  • Vaak hebben zij ook een tekort aan doorzettingsvermogen en zijn ze gemakzuchtig;
  • Ze kennen geen innerlijke rust en kampen vaak met stress. Bovendien zijn zij iets vatbaarder voor depressiviteit en angstreacties;
  • Materieel verwende kinderen worden vaker een pestkop: ze willen overal baas zijn.
Uit: Infotalia

Het verwende kind syndroom is ontstaan door materiële pedagogische affectieve verwenning. Of te wel de nieuwe rijkeluisziekte: Affluenza.

Mag ik alsjeblieft de naam van die Rotterdamse sponsor?
Wij hebben namelijk kinderen op school die wonen in een achterstandswijk onder soms erbarmelijke omstandigheden, bijv. zonder kachel. Of getuigen zijn geweest  van criminele of gewelddadige situaties, geen schone kleren hebben of bij de voedselbank lopen.

Een zeilreisje? Zij zijn al blij met zwemles of een eigen kamer!
En natuurlijk een stickertje van de juf of een dikke duim. Goed gedaan, jochie! Het was een fijne dag, tot morgen!

Die glimlach is onbetaalbaar!



maandag 17 februari 2014

Alleen een plastic tasje, met daarin een groot zwaar boek over vliegtuigen…


 





Alleen een plastic tasje, met daarin een groot zwaar boek over vliegtuigen…


Van hun huis is bijna niets meer over… ze hebben nog een stuk met de auto kunnen rijden. Weg van alle ellende, weg van de hel, zoals zijn moeder het noemde. Het gebulder was niet om aan te horen. Hij hield zijn handjes tegen zijn oren gedrukt. Het liefst zou hij ook zijn ogen dicht doen, maar het ongeloof won het van zijn verstand. Hij wilde het niet zien, maar het leek wel alsof hij móest kijken. Zijn oogjes zagen geen huizen meer, maar brokstukken. De afgelopen weken zag hij zijn vriendjes ook al niet meer.

Het is plakkerig in de auto. Ze zitten met zijn vieren op de achterbank. Daarbij nog een vuilniszak met spullen, twee grote tassen en een doos. Hij zit tegen het portier aangedrukt. Zijn oom zit naast hem. Hij voelt heel warm aan, zijn overhemd is plakkerig en rood. Marwan denkt dat het niet goed gaat met zijn oom. Dat komt omdat zijn oma de hand van zijn oom vasthoudt en de hele tijd aan het jammeren is. Zijn zus zit helemaal links aan de ander kant van de achterbank, heel stil naar buiten te staren. Marwan wilde dat ze dicht naast hem kwam zitten, maar ze hadden geen tijd om na te denken en moesten snel de auto instappen. Zijn vader en moeder zitten voorin. Zijn moeder is druk aan het gebaren en aan het roepen. Zijn vader zit zenuwachtig aan het stuur, maar ziet haast niets door de stoffige voorruit. 
Dan moeten ze stoppen; er zijn mannen met geweren. Zijn vader en moeder moeten uitstappen. Marwan hoort knallen en geschreeuw. Hij duwt zijn handjes nog verder tegen zijn oren aan en doet nu toch ook maar zijn ogen dicht. Er komt een zure smaak omhoog, alsof hij moet overgeven. Hij probeert zich af te sluiten van de herrie. Zijn oma hoort hij boven alle geluiden uit. Marwan pakt zijn plastic tasje van tussen zijn voeten vandaan. Er zit een boek in het tasje; “Alles wat je wil weten over vliegtuigen” staat erop de voorkant. Het boek is nog van zijn oudere broers geweest. Het is zijn lievelingsboek.

Eenmaal uit de auto ziet hij zijn ouders nergens meer. Zijn oma en zus worden naar de overkant geduwd. Zijn oom zit bewegingsloos in de auto; niemand let op hem. En niemand let ook op het kleine jongetje van 4 jaar. Niemand bemoeit zich met hem. Hij hoort zijn zus roepen:”Lopen, Marwan, lopen tot dat je niet meer verder kunt!” Hij kijkt nog een keer om en dan begint hij te lopen. Niemand let op het kleine jongetje. Het kleine jongetje met een plastic tasje. Hij houdt zijn tasje stevig vast; hij moet oppassen dat het niet over de grond sleept. Hij loopt en loopt tot hij niet meer verder kan. Hij heeft honger en misschien nog wel veel meer dorst. De zoute tranen lopen over zijn stoffige wangetjes, hij loopt en loopt, pardoes in de armen van een meneer met een groen met blauwe jas.

In het kamp krijgt hij drinken en wat te eten. Hij hoort een bekend geluid… hij herkent het geluid van een jammerende vrouw…

http://www.ad.nl/ad/nl/13868/Burgeroorlog-in-Syrie/article/detail/3598697/2014/02/17/Syrisch-vluchtelingetje-4-doorkruist-in-eentje-woestijn.dhtml