zondag 11 mei 2014

Zangvogels






Zangvogels

Merel (geen grapje) staat haar idool op te wachten op Schiphol. Ilse en Waylon zijn tweede geworden op het Eurovisiesongfestival! Wie had dat gedacht? Niemand had dat gedacht! Nee! Niet doen alsof je het vanaf het begin een mooi liedje vond, nee! 
De allereerste keer bij DWDD stond het geluid ook nog te zacht en iedereen die er na om commentaar werd gevraagd, voelde zich enorm opgelaten om er iets moois over te zeggen. Net zoiets als met een lelijke baby. 
Je zegt van alles om het te ontwijken: “Wat lief, Wat leuk, Wat een leuke kleertjes, Op wie lijkt ie? Wat slaapt ze lekker hè? Enzovoorts, et cetera. 
Zo was het ook met Calm after the storm. “Bescheiden… Ik mis wat… Tsja… wat zal ik er van zeggen?” 

Ilse bleef positief, kocht dure schoenen, huurde een regisseur in voor het mooi in beeld brengen van het liedje en Waylon hield zijn hoed op, ongeacht wat iedereen van zijn hoed vond. 

Het is de laatste jaren een kermisact geworden, waarbij de act belangrijker werd dan de zang. Gelukkig heeft Anouk vorig jaar de moed gehad om het tij te keren. Ook ik dacht: wat moet Anouk daar nou? Maar blijkbaar heeft ze de boel wakker geschud en de weg vrijgemaakt voor andere artiesten. Nu Ilse en Waylon bijna hebben gewonnen, lijken de acts met een rad, een schaatsster, een tweeling op een wip en wassende wijven super belachelijk! En dat zijn ze ook! 
Het gaat om een goed liedje!

Ik hoorde Jan Smit zeggen: “We zijn tweede, maar het voelt als eerste.” Hmmm, dat heb ik schaatsers in Sotsji niet horen zeggen, hoor. Als zij tweede waren, baalden ze als een stekker en niet zo’n beetje ook.

Conchita werd eerste en maakte een punt. 
Na een moeilijke jeugd vol pesterijen besloot Tom Neuwirth op een dag om gewoon zichzelf te zijn! Hoe mooi is dat!?
Anno 2014 moet je kunnen zijn wie je bent en geaccepteerd worden om je geaardheid. 
In de media en ook in de sociale media waren de reacties op Conchita niet mild en het blijkt dat men toch nog helemaal niet zo tolerant is. De vele, zogenaamd grappig bedoelde, reacties over Conchita maken vooral pijnlijk duidelijk dat haar statement nog hard nodig is. De grappen zijn hard: ”Je moet tegenwoordig uit kunnen komen voor je gebaardheid. Baardaap. Doorgestoken baard. Als zij geen baard had, had ze dan ook gewonnen?” 
Ze zong heel goed en daar gaat het om! 
En het statement wat zij heeft gemaakt is bonus: “Tegen discriminatie en voor tolerantie!”
Rise like a Phoenix!



zaterdag 10 mei 2014

Meester m/v







Meester m/v

Wij hebben er een paar. Sommige scholen hebben er één, sommigen twee. Er zijn zelfs scholen die er nul hebben! Als hij dan per ongeluk ergens terecht komt, staat hij onhandig in de personeelskamer, als een verdwaalde man in een lingeriezaak. Hij houdt zijn lauwwarme koffiebeker stevig vast. Kijkt in zijn koffie om geen oogcontact te maken met de kudde vrouwen. Staat langs de muur of zit op de verste stoel. 

Wat is dat toch met mannen? Waarom zien we er steeds minder voor de klas? Leg het maar eens uit aan de kinderen: 
“Vroeger waren er ook mannen die juf waren” 
‘Echt waar? Zoiets als meester Wim?’ 
“Nee… die is conciërge… Zoals ik doe. Je ziet ze nauwelijks meer.”

Sommige kinderen missen een man als rolmodel! 
Zien hun vader maar eens in de veertien dagen en op woensdag in de oneven weken (mits hij niet moet overwerken natuurlijk of iets gaat doen met de kinderen van zijn nieuwe vriendin.) 
Andere kinderen zien hun biologische schepper nooit. Hebben geen mannelijk voorbeeld thuis, noch op school. Dan moeten ze het alleen hebben van de tv-mensen, artiesten, rappers en filmsterren. Geen voorbeeldfuncties die de jongetjes op de maatschappij voorbereiden.

Juffen worden neergezet als overbezorgde theemutsen die jongetjes zouden beperken: “Niet te hoog klimmen! Houd eens op met stoeien! Blijf van elkaar af! Gaan jullie dit maar op de gang uitpraten!”

Waarom heet een vrouwelijke leraar eigenlijk JUF? Voorheen was de ‘juf-vrouw’ een ongetrouwde vrouw die als lerares op een basisschool werkzaam was. Het was tot 1957 verboden voor een getrouwde vrouw om als ambtenaar werkzaam te zijn, waardoor een lesgevende dame op en school per definitie een juffrouw was. De meester is de aanspreektitel van een mannelijke leraar. 
De implicatie van het meesterschap is dat de opgedane kennis of vaardigheden wordt overgedragen. De vrouwelijke equivalent ontbeert de titel, maar heeft dezelfde functie. Zo vermeldt De Dikke van Dale. 
Dus eigenlijk is de juf een meester, maar dan vrouwelijk.

Jongens hebben behoefte aan bewegen, praten op een andere manier over gevoelens, lossen ruzies op een andere manier op, willen structuur en duidelijkheid, houden van een oplossingsgerichte benadering en hebben humor. 
Hoe laat je jongens jongens zijn? 
Hoe voorkom je dat je voortdurend straf geeft? 
Als de juf het dan moet doen zonder haar mannelijke collega, lees dan het meesterstuk van juf Sandra van Liere*. 

Accepteer dat jongens niet hetzelfde zijn als meisjes. Dat kan een juf best!







 

dinsdag 22 april 2014

Treinreisje



Treinreisje

Onwennig sta ik op het station. Altijd bang dat ik de verkeerde trein neem… Waarom ben ik daar bang voor? Waar kan je in hemelsnaam terechtkomen? Aan de andere kant van Nederland… dat is ook toevallig… daar ga ik precies naar toe!
De eerste overstap gaat goed. Wat een druk station is dit! Ik heb het gevoel alsof ik tegen de stroom inloop. Je kunt aan hun tred zien dat ze deze route elke dag lopen. Misschien kunnen ze ook wel aan mij zien dat ik hier niet hoor.
“Dames en heren, deze trein vertrekt naar Utrecht Centraal en…” Ze steekt haar riedeltje af waar niemand naar luistert behalve ik. De rest weet namelijk al wat ze zegt en hoeft ook niet te luisteren, omdat ze precies weten wanneer ze eruit moeten. Als vanzelf veren ze op, geen omroeppraatje nodig.                                                                                                                                              
We horen na het praatje nog wat geritsel van papier en gekraak, sleutels worden op de tafel gelegd. “Wat zeg je Wim? Ik kan je niet verstaan.”  ‘Dat je intercom nog aanstaat.’  “Oh…”   Het gekraak is in één klap weg. Ik ben de enige die moet grinniken.

“Dit station is het eindstation. Vergeet u bij het uitstappen uw bagage niet mee te nemen?”      
Bagage? Ik zag ooit op tv een item waarin ze lieten zien wat er in treinen werd achtergelaten. Nou, dat was van alles behalve bagage kan ik je wel vertellen. 
“Vergeet u bij het uitstappen uw kunstbeen niet mee te nemen? 
Vergeet u bij het uitstappen uw laptop vol met bedrijfsgegevens niet mee te nemen?” 
Ik zou het wel weten als omroeper in de trein: elke dag een ander praatje.

Vanaf het perron ben ik in een mum bij het congresgebouw. Eindelijk een wc… 
Als ik uit de wc kom, zie ik drie lange rijen staan. Ik sluit aan bij A t/m I. Wanneer ik aan de beurt ben, geef ik mijn naam op. Ze kan me niet vinden… Ik laat haar mijn uitdraai zien. Ze kijkt me moeilijk aan. “Bent u wel ingeschreven voor het depressiecongres?”      
 ‘Ahum…’al mompelend draai ik me op mijn hakken om en sluit aan bij een andere balie.

Een dag vol inspiratie: it takes a village to raise a child, communityschool, gezamenlijke visie, financiën, kansen, bedreigingen, interne standpunt bepaling, doelen, visie, samenwerkingsverbanden, passend onderwijs, in element met je talent, energie… 
De kraampjes in de foyer verraden gelukkig waar het echt omdraait: het kind! 
Speelgoed, meubels en boeken voor de heb. Ik koop cd'tjes, een spel, een prentenboek en krijg een poster cadeau. 
Halverwege de middag kak ik in… energie? Ik wil per se wachten op de laatste sessie. Gelukkig is die interessant!
Tegen vijf uur kom ik aan bij het station. Alle borden staan op zwart! 
Heel het perron vol met paniekerige mensen. Paniekerige mensen aan hun telefoon! Gestrand!   
Ik krijg trek en pak mijn sultana’s, de Snelle Jelle bewaar ik maar want voor hetzelfde geld zit ik hier de hele avond! Ik heb nog driekwart water en bewaar de helft voor later. 
De conducteur die langsloopt wordt besprongen door de menigte met vragen. Zwetend loopt hij door. Wat ruikt het perron eigenlijk ranzig! Mengsel van chips, appel en oude kaas. Maar het meeste ruik ik zweet… angstzweet! Hoe lang moeten we hier nog blijven? Sommigen praten hun zenuwen van zich af, anderen staan zwijgend stokstijf stil. Een enkeling loopt ijsberend het perron heen en weer op zoek naar de trein.
Na 35 minuten komt er een trein aan. Alsof het de laatste trein der beschaving is dringt iedereen zich naar de rand. 
Ik neem plaats naast man met laptop. Glurend zie ik 76.534 euro en iets van 63.957 euro en een heleboel moeilijke woorden. Zie je wel... bedrijfsgegevens! Hij kijkt me boos aan, maar ik gluur heus niet expres. Als ik mijn hoofd kon draaien deed ik het, maar er hangt een rugzak tegen de zijkant van mij hoofd aan. De trein is namelijk zo vol, dat er allemaal mensen in de trein staan. 

Ik wou dat ik een kunstbeen had... 
dan liet ik hem achter in de trein…                                                                                                   
naast man met laptop.

Het overstappen gaat redelijk. Om de laatste naar Rotterdam te halen bots ik tegen de conducteur. Ik glimlach op mijn allerliefst “sorry”. Hij glimlacht terug “sorry terug” Hij mist een tand.                        Ik begeef me naar binnen wat nog niet zo gemakkelijk is omdat een mevrouw met haar hulp-labrador in het gangpad ligt. Ik blijk in de eerste klasse te zijn ingestapt! Deze trein bestaat uit meerdere eerste klassen en ik loop net zo lang door tot ik de tweede heb gevonden. Ik heb het gevoel alsof ik van Utrecht naar Rotterdam loop. 
Inmiddels is mijn telefoon leeg. In geval van nood kan ik hooguit een mail naar mijn geliefden sturen met mijn tablet. De laatste tip die ik kreeg van iemand voordat mijn telefoon uitviel was: ’Zorg dat je enkele telefoonnummers uit je hoofd weet, voordat je telefoon uitvalt.’ Ok… en wat moet ik daarmee als mijn mobieltje leeg is? Bij een stationsduif in zijn oor fluisteren?

“Attentie, attentie, vanaf vrijdagavond geldt de Oranjedienstregeling. Dat betekent dat treinen naar andere bestemmingen kunnen gaan, op andere tijden en van andere perrons kunnen vertrekken.”
Hoe vet is dat?
Dat je niet weet hoe laat je vertrekt, niet weet waar je vandaan komt en niet weet waarheen je gaat. Ik zeg: ”doen!” Wie weet hoe leuk je dag wordt? Wat is het ergst dat je kan gebeuren? Dat je terechtkomt aan de andere kant van het land?



zondag 6 april 2014

Krokusbolletje, kom eens uit je holletje!







“Krokusbolletje, kom eens uit je holletje!”

“Krokusbolletje, kom eens uit je holletje! Met  je bloempjes blauw en geel, op je groene steel!” zingen de kinderen in koor. De onderwijsassistente is met een schraper de witte verf van de sneeuwpoppen van het raam aan het halen. Ze neuriet en wiegt mee op de maat. Onder het raam staan de narcissen verwaand rechtop. De zon schijnt laag door het raam, ze zit er precies middenin te turen. Ze moet zo even pauze houden, voordat ze er hoofdpijn van krijgt. De warmste januari ooit gemeten. Daar gaat je kalender, niks is meer logisch. Van de herfst direct naar de lente, er is geen winter aan te pas gekomen. 

“Gaat het nog wel sneeuwen, juf?”
”Dat weet ik niet. Het is erg  warm voor de tijd van het jaar. In Amerika daar sneeuwt het wel. Heel erg zelfs. Zo erg dat de mensen opgesloten zitten in hun huizen.”
”Gaaf!” “Vet.” “Cool.” Klinkt het stoer. “Nou, cool, ja dat is het wel”, grapt ze. “Zo gaaf is dat niet hoor.” Maar ach, weten zij veel. Ze denken alleen maar aan sneeuwpret, sneeuwballen gooien en daarna hun tintelende vingers warmen een beker warme chocomelk. Dat de winkels en scholen in Amerika nu onbereikbaar zijn, dat boeit hen niet.

Tijdens het buitenspelen komt Julian met een bezweet hoofd en zijn jas open bij de juf. “Mag ik mijn jas uit?”, vraagt hij. “Nee, Julian, het is januari.” “Maar het is warm…” “Ja, dat zie ik, dat je het warm hebt. Je bent ook zo aan het rennen. Nee, je moet je jas aanhouden, anders vat je kou.” Julian druipt af. 
Terwijl hij wegloopt kijkt hij in de schuur met fietsjes, springtouwen, hoepels en ander buitenmateriaal. Hij staat even stil om een blik te werpen op het houten ding achterin: de slee.
De houten slee waarop ze vorig jaar om deze tijd hebben gezeten en verschrikkelijk gelachen hebben toen de juf hen rondtrok over het plein. De slee staat te popelen om mee naar buiten te mogen gaan. 
Eens per jaar mag hij naar buiten, maar helaas zal hij nu een jaartje moeten overslaan. 
Dit jaar wordt er niet getrokken en gelachen om de kinderen die van de slee zijn gegleden. Dit jaar geen tintelende vingers en gaan we niet zoeken naar een linkerhandschoen onder de kapstok.

Krokusbolletje kom eens uit je holletje… pfff!